Breng het kookvocht goed op smaak met het citroensap, wat zout, de peperkorrels, tijm en laurier en laat even doorkoken.
Voeg de rog toe aan het water en zet het vuur wat lager.
Haal de kookpot na ongeveer 2 minuten van het vuur en laat de rog rustig garen. De gaartijd hangt sterk af van de dikte van de vleugels.
Maak vervolgens de saus: doe de eierdooiers met het citroensap en het water in een steelpan. Klop eerst alles goed los en zet de pan daarna op een laag vuurtje.
Blijf kloppen tot de dooiers mooi gebonden zijn. Het geheel mag niet koken anders beginnen de eierdooiers te stollen.
Neem de pan van het vuur en roer er de klontjes koude boter door.
Breng op smaak met peper en zout of maak het pittig met cayennepeper. Fileer de vis en verdeel het vlees over 4 voorverwarmde borden.
Nappeer met de saus en serveer met bv aardappelpuree.